Vakantie 1976-2026: zo veranderde vakantie vieren in vijftig jaar

Vijftig jaar geleden op vakantie gaan was een heel ander avontuur dan tegenwoordig. Geen navigatie, geen mobiele telefoon, geen internet en geen online reserveringen. Een buitenlandse reis vergde voorbereiding, geduld en vooral een flinke stapel kaarten, documenten en verschillende soorten contant geld. Hoe groot het verschil is? We gaan terug naar 1976 en vergelijken dat met een zomervakantie in 2026.

Vroeger: op vakantie in 1976

Roosendaal, januari 1976. Mijn ouders komen enthousiast thuis van het reisbureau. Na een middag bladeren door dikke reisgidsen en overleggen met de medewerker is de zomervakantie geboekt: we gaan naar Blanes aan de Spaanse Costa Brava.

Voor mij als klein jongetje klinkt Spanje ongeveer als de andere kant van de wereld. Zeeland, Limburg en Antwerpen heb ik al gezien, maar Spanje? Daar moeten we maar liefst twee dagen voor in de auto zitten. Mijn ouders vertellen dat het er bijna altijd warm is. Nu begint vooral het lange wachten tot de zomervakantie.

Geld bestellen bij de bank

Een paar dagen voor vertrek rijdt mijn vader naar de bank. Daar haalt hij een envelop op met Spaanse peseta’s, Belgische franken en Franse franken. Daarnaast gaan er eurocheques mee voor het geval onderweg extra geld nodig is. Even geld uit de automaat halen in Frankrijk of Spanje is nog geen vanzelfsprekendheid.

Mijn moeder heeft ondertussen koffers klaargezet en spelletjes bedacht waarmee mijn broer en ik ons onderweg kunnen vermaken. De auto heeft voor vertrek nog een grote beurt gekregen. Pech onderweg willen we natuurlijk voorkomen.

De wegenkaart op tafel

De avond voor vertrek komt de grote wegenkaart tevoorschijn. De route van ongeveer 1.400 kilometer wordt zorgvuldig uitgestippeld. Welke snelwegen moeten we hebben? Waar gaan we tanken? En rijden we dwars langs Parijs of proberen we de drukste wegen te vermijden?

Van verkeersinformatie op een navigatiescherm is geen sprake. Een verkeerde afslag kan zomaar tientallen kilometers extra betekenen.

Ook de auto wordt volledig volgeladen. Omdat de kofferruimte niet voldoende is, gaat een deel van de bagage op een imperiaal. We nemen liever te veel mee dan te weinig. Je kunt tenslotte onderweg niet even opzoeken waar de dichtstbijzijnde winkel zit.

Twee dagen onderweg naar Spanje

Op de eerste reisdag gaat de wekker rond vijf uur. Uiteindelijk vertrekken we natuurlijk later dan gepland, omdat er op het laatste moment toch nog spullen mee moeten.

Mijn broer en ik zitten achterin met kleurboeken, stripboeken en spelletjes. Uit de autoradio klinkt muziek en een cassettebandje wordt meerdere keren omgedraaid. Airconditioning hebben we niet. Zodra het buiten warmer wordt, gaan de ramen open.

Bij Parijs loopt de spanning op. Mijn vader probeert de juiste afslag te vinden, terwijl mijn moeder met de kaart op schoot aanwijzingen geeft. Een situatie die destijds waarschijnlijk in duizenden Nederlandse vakantieauto’s herkenbaar was.

Na een overnachting gaat de reis de volgende ochtend vroeg verder. Nog honderden kilometers door Frankrijk voordat we Spanje bereiken.

Paspoortcontrole aan de Spaanse grens

Bij La Jonquera sluiten we aan voor de grenscontrole. Frankrijk en Spanje behoren nog niet tot één gebied zonder binnengrenzen. De paspoorten worden gecontroleerd voordat we Spanje binnen mogen.

Pas tegen het einde van de dag arriveren we in Blanes. Met een paar woorden Engels en een stapel peseta’s als borg krijgen mijn ouders de sleutel van het appartement.

Geen wifi, geen streamingdiensten en waarschijnlijk zelfs geen televisie. Maar dat maakt weinig uit. We zijn in Spanje en hebben twee weken zon voor de boeg.

Bellen naar huis was een gebeurtenis

Eenmaal aangekomen stuur je niet even een WhatsApp-berichtje naar huis. We gaan naar een telefooncel of het postkantoor en bellen met een flinke voorraad muntgeld naar opa en oma.

Het gesprek blijft kort, want internationaal bellen is duur. Mijn broer en ik mogen ook nog even vertellen dat het goed gaat en dat het warm is.

Daarna worden ansichtkaarten geschreven. Met een beetje geluk arriveren die nog voordat we zelf alweer thuis zijn.

Foto’s zie je pas weken later

Tijdens de vakantie gaan enkele fotorolletjes vol. Iedere foto kost geld, dus zomaar tientallen foto’s van hetzelfde bord eten maken is ondenkbaar.

Thuis worden de rolletjes naar de fotograaf gebracht. Pas bij het ophalen ontdekken we welke foto’s gelukt zijn. Een aantal is bewogen, te donker of heeft een halve duim voor de lens. Pech gehad.

De rest wordt tijdens een familiebarbecue uitvoerig bekeken. Mijn vader vertelt uitgebreid over de lange autorit, de Spaanse kust en alles wat we onderweg hebben meegemaakt. Voor veel aanwezigen is zo’n verre autovakantie nog iets bijzonders.

Nu: vakantie vieren in 2026

Januari 2026. We besluiten deze zomer een paar weken naar Spanje te gaan. Laptop open, vliegtickets vergelijken en binnen een kwartier is de vlucht geboekt. De bevestiging en digitale tickets verschijnen vrijwel direct in de mailbox.

Daarna regelen we online een accommodatie, huurauto en eventueel alvast wat activiteiten. Foto’s van de kamers bekijken we vooraf, beoordelingen vertellen ons wat eerdere gasten ervan vonden en Google Maps laat precies zien waar supermarkt, strand en restaurants liggen.

De smartphone regelt bijna alles

Op de reisdag staat de instapkaart in de telefoon. De taxi is via een app geregeld en op het vliegveld kunnen we op schermen precies volgen wanneer de vlucht vertrekt.

Vlak voor vertrek sturen we een berichtje naar familie. Een paar uur later krijgen ze alweer een foto van het zwembad.

De smartphone vertelt ons hoe warm het is, waar we moeten rijden, welke restaurants goed beoordeeld worden en hoe laat de zon ondergaat. Betalen doen we met telefoon of bankpas. Euro’s hoeven we binnen de eurozone niet meer om te wisselen.

Iedereen reist tegenwoordig een beetje mee

Het grootste verschil zit misschien wel in de communicatie. In 1976 hoorde het thuisfront tijdens de vakantie nauwelijks iets van ons. In 2026 kunnen vrienden en familie bijna live meekijken.

Foto’s worden direct doorgestuurd of op sociale media gezet. Videobellen kost vrijwel niets. Zelfs vanaf het strand kun je laten zien waar je bent.

Praktischer? Absoluut. Gemakkelijker? Zonder twijfel. Maar soms denk ik nog terug aan die vakanties waarop je twee dagen onderweg was, je vader met een wegenkaart vocht en je weken later pas ontdekte of de vakantiefoto’s gelukt waren.

Vakantie vieren is in vijftig jaar comfortabeler, sneller en eenvoudiger geworden. Misschien is alleen dat gevoel van een groot avontuur onderweg een klein beetje verdwenen.

Plaats een reactie