Ceuta en Melilla: een stukje Spanje aan de Afrikaanse kust

De beelden uit Ceuta gaan momenteel de hele wereld over. Duizenden migranten probeerden vanuit Marokko de grens met de Spaanse stad over te steken. Sommigen forceerden grenshekken, terwijl anderen via zee om de afscheidingen heen zwommen. Ook bij Melilla liep de spanning aan de grens op en staken migranten massaal de grens over.

De gebeurtenissen roepen een vraag op die in veel nieuwsberichten nauwelijks wordt beantwoord: wat doen twee Spaanse steden eigenlijk aan de Noord-Afrikaanse kust? Ceuta en Melilla liggen op het Afrikaanse continent, maar behoren officieel tot Spanje. Je betaalt er met de euro, de voertaal is Spaans en de inwoners hebben dezelfde nationaliteit als inwoners van Madrid, Barcelona of Sevilla.

Tegelijkertijd zijn het bestemmingen die maar weinig Nederlandse vakantiegangers kennen.

Ceuta en Melilla: wat zijn deze exclaves van Spanje?

Ceuta en Melilla zijn twee autonome Spaanse steden aan de noordkust van Afrika. Ze worden vaak exclaves genoemd, omdat ze over land volledig door Marokko worden omringd en niet verbonden zijn met het Europese deel van Spanje. Aan de andere kant grenzen beide steden aan de Middellandse Zee.

Ceuta ligt aan de Straat van Gibraltar, op ongeveer twintig kilometer van het Spaanse vasteland. Vanaf de kust kun je bij helder weer Spanje en de rots van Gibraltar zien liggen. Melilla ligt ongeveer vierhonderd kilometer oostelijker, aan de Middellandse Zeekust tegenover het zuiden van Spanje.

De twee steden maken deel uit van Spanje en daarmee ook van de Europese Unie. De landsgrenzen met Marokko vormen hierdoor buitengrenzen van de EU. Dat verklaart waarom de grenshekken, douanecontroles en migratiestromen rond Ceuta en Melilla regelmatig internationaal nieuws zijn.

De benaming exclave is overigens niet helemaal onomstreden. Spanje spreekt zelf liever over autonome steden. Bestuurlijk hebben Ceuta en Melilla een eigen status die enigszins vergelijkbaar is met die van de Spaanse autonome regio’s, al beschikken ze over minder bevoegdheden.

Ceuta en Melilla op kaart

Waarom zijn Ceuta en Melilla Spaans?

De Spaanse aanwezigheid in Noord-Afrika gaat eeuwen terug. Ceuta werd in 1415 door Portugal veroverd. Nadat Portugal en Spanje enige tijd onder dezelfde kroon vielen, bleef Ceuta uiteindelijk onder Spaans bestuur. De stad werd in 1668 officieel als Spaans grondgebied erkend.

Melilla kwam in 1497 in Spaanse handen. Dat was dus enkele eeuwen voordat Marokko in 1956 onafhankelijk werd van Frankrijk en Spanje. De Spaanse regering beschouwt beide steden daarom niet als voormalige koloniën, maar als volwaardige delen van het Spaanse grondgebied.

Marokko denkt daar anders over. Het land maakt aanspraak op Ceuta en Melilla en beschouwt de steden als overblijfselen van het Europese kolonialisme. Spanje wijst die claim af. Een groot deel van de inwoners wil bovendien bij Spanje blijven.

Dat Spanje de steden niet wil afstaan, heeft meerdere redenen. Naast de historische band spelen de wensen van de bevolking, de strategische ligging en de controle over de toegang tot de Middellandse Zee een rol. Ceuta ligt vlak bij de drukbevaren Straat van Gibraltar. Beide steden zijn daarnaast belangrijke handelsplaatsen en militaire steunpunten.

Een mengeling van Spaanse en Noord-Afrikaanse invloeden

Wie door Ceuta of Melilla loopt, ziet meteen dat deze steden anders zijn dan bestemmingen op het Spaanse vasteland. Spaanse pleinen, tapasbars en kerken staan er naast moskeeën, Noord-Afrikaanse markten en gebouwen met Arabische details.

De bevolking bestaat uit verschillende gemeenschappen. Er wonen onder meer christenen, moslims, joden en hindoes. Spaans is de officiële taal, maar vooral in Melilla wordt ook Tamazight gesproken. In Ceuta hoor je daarnaast geregeld Arabisch.

Ook in de keuken komen beide werelden samen. Je vindt er Spaanse visgerechten, tapas en churros, maar ook couscous, gekruid vlees en zoete Noord-Afrikaanse lekkernijen. Vis en zeevruchten spelen door de ligging aan zee een belangrijke rol.

Ceuta en Melilla hebben bovendien een afwijkend belastingstelsel. Ze behoren niet tot het Europese btw-gebied en heffen een eigen, lagere verbruiksbelasting. Winkelen kan daardoor bij bepaalde producten goedkoper zijn dan op het Spaanse vasteland.

Ceuta als vakantiebestemming

Ceuta is de gemakkelijkst bereikbare van de twee steden. Vanuit Algeciras varen het hele jaar door meerdere veerboten per dag. De overtocht over de Straat van Gibraltar duurt meestal ongeveer een uur. Daardoor kun je Ceuta zelfs als dagtocht bezoeken tijdens een vakantie in Andalusië.

De stad heeft een compact centrum met Spaanse winkelstraten, pleinen en terrassen. Een belangrijk herkenningspunt zijn de Koninklijke Stadsmuren, de Murallas Reales. Deze verdedigingswerken beschermen de smalle landengte waarop een deel van Ceuta ligt. Door de muren loopt een bevaarbare gracht die de stad als het ware in tweeën deelt.

Langs het water liggen verschillende uitzichtpunten. Vanaf Monte Hacho kijk je uit over de stad, de Middellandse Zee en de Straat van Gibraltar. Ook de kustweg rond de berg is de moeite waard.

Een opvallende plek is het Parque Marítimo del Mediterráneo. Dit recreatiecomplex bestaat uit zoutwaterbaden, ligweiden, palmbomen en horecagelegenheden. Het werd ontworpen door de Canarische architect César Manrique.

Ceuta heeft daarnaast stranden, hoewel het geen klassieke strandbestemming is. Playa de la Ribera en Playa del Chorrillo liggen dicht bij het centrum. De stad is vooral geschikt voor een korte stedentrip of een uitstapje vanuit Zuid-Spanje.

Melilla als vakantiebestemming

Melilla is minder gemakkelijk als dagtocht te bezoeken, maar heeft genoeg te bieden voor een verblijf van enkele dagen. De bekendste bezienswaardigheid is Melilla la Vieja, de oude vestingstad. Het ommuurde complex ligt op een rots aan zee en bestaat uit forten, tunnels, pleinen en historische gebouwen.

Buiten de vesting valt vooral de architectuur op. Melilla heeft na Barcelona een van de grootste verzamelingen modernistische gebouwen van Spanje. Veel daarvan werden ontworpen door Enrique Nieto, een leerling van Antoni Gaudí. De gevels zijn versierd met balkons, ornamenten, bloemenmotieven en gebogen lijnen.

Het centrum is overzichtelijk en grotendeels te voet te verkennen. Je vindt er Spaanse cafés, winkels, een centrale markt en verschillende musea. Langs de kust liggen brede stranden zoals Playa de San Lorenzo en Playa de la Hípica.

Melilla is geen bestemming voor een standaard zonvakantie. De stad is vooral interessant voor reizigers die Spaanse architectuur, militaire geschiedenis en Noord-Afrikaanse invloeden willen combineren.

Reizen naar Ceuta en Melilla

Ceuta heeft geen regulier vliegveld. De gebruikelijkste route loopt via Málaga of Gibraltar naar Algeciras. Vanaf de haven van Algeciras vertrekken dagelijks veerboten naar Ceuta. Auto’s kunnen mee aan boord. Er zijn ook helikopterverbindingen, maar die zijn meestal aanzienlijk duurder dan de boot.

Melilla heeft wel een eigen luchthaven. Er gaan binnenlandse vluchten vanuit verschillende Spaanse steden, waaronder Málaga en Madrid. Rechtstreekse vluchten vanuit Nederland zijn er niet. Je moet dus altijd ergens in Spanje overstappen.

Een alternatief is de veerboot. Melilla is per schip bereikbaar vanuit Málaga, Almería en Motril. Afhankelijk van de route en het type schip duurt de overtocht ongeveer vijf tot acht uur.

Nederlanders kunnen Ceuta en Melilla bezoeken met een geldig paspoort of een geldige identiteitskaart. Wie vanuit een van de steden verder naar Marokko reist, steekt een internationale grens over. Daarvoor gelden de Marokkaanse inreisregels. Neem bij een huurauto vooraf contact op met de verhuurder, want niet iedere huurauto mag mee naar Afrika of over de grens naar Marokko.

De grens met Marokko

Ceuta en Melilla worden van Marokko gescheiden door zwaar bewaakte grenszones. De hekken zijn op sommige plekken meerdere meters hoog en worden bewaakt door Spaanse en Marokkaanse veiligheidstroepen.

Migranten uit Marokko en andere Afrikaanse landen proberen via deze grenzen Spaans en daarmee Europees grondgebied te bereiken. Dat gebeurt soms individueel en soms in grote groepen. De recente doorbraak bij Ceuta leidde tot chaotische situaties en een grote inzet van politie en leger. Ook werden grensovergangen tijdelijk gesloten of beperkt.

Voor toeristen betekent dit niet automatisch dat heel Ceuta of Melilla onveilig is. De problemen concentreren zich meestal rond de grensgebieden. Bij een grote migratiecrisis kunnen echter wegen worden afgesloten, controles worden aangescherpt en veerdiensten of grensovergangen worden beïnvloed.

Wie binnenkort naar een van beide steden wil reizen, doet er daarom goed aan het actuele reisadvies en lokale nieuws te controleren. Blijf tijdens onrust uit de buurt van grenshekken, demonstraties en samenscholingen.

Zijn Ceuta en Melilla een vakantie waard?

Ceuta en Melilla zijn vooral geschikt voor nieuwsgierige reizigers die een minder bekend deel van Spanje willen zien. Verwacht geen uitgebreide badplaatsen met grote resorts. Het zijn echte steden waar toerisme slechts een van de economische activiteiten is.

Ceuta is door de korte bootverbinding met Algeciras het eenvoudigst toe te voegen aan een rondreis door Andalusië. Voor Melilla moet je meer reistijd uittrekken, maar daar krijg je een oude vestingstad en opvallend veel modernistische architectuur voor terug.

Juist de ligging maakt beide steden bijzonder. Je bevindt je geografisch in Afrika, bestuurlijk in Spanje en politiek aan een van de gevoeligste grenzen van Europa. Dat levert een bestemming op waar Spaanse en Noord-Afrikaanse invloeden voortdurend naast elkaar zichtbaar zijn.

Plaats een reactie