Na een hete en droge periode heeft regen inmiddels een deel van West- en Centraal-Europa bereikt. Dat is goed nieuws voor de natuur en helpt bij het bestrijden van de vele natuur- en bosbranden die de afgelopen weken zijn ontstaan. Toch betekent een weersomslag niet dat alle branden in Frankrijk, Spanje, België en andere Europese landen van het ene op het andere moment verdwenen zijn.
Op verschillende plekken zijn brandweerkorpsen nog altijd bezig met blussen, nablussen en het bewaken van eerder getroffen gebieden. Vooral branden in veen- en bosgebieden kunnen nog lange tijd voor problemen zorgen. Onder de grond kunnen brandhaarden blijven smeulen en bij droger weer of aantrekkende wind opnieuw oplaaien.
Voor vakantiegangers is het daarom verstandig om niet alleen naar de weersverwachting te kijken. Afgesloten wegen, natuurgebieden die tijdelijk niet toegankelijk zijn en lokale evacuaties kunnen ook plaatsvinden nadat het grootste gevaar geweken lijkt. Dit is de situatie in een aantal Europese landen waar de afgelopen dagen grote natuurbranden hebben gewoed.
Spanje
Spanje behoort deze zomer tot de zwaarst getroffen landen. Vooral de branden in Andalusië en Aragón hebben de afgelopen weken enorme gebieden in de as gelegd.
Bij Niebla in de provincie Huelva ontstond op 6 augustus een zeer grote natuurbrand. De eerste berichten spraken over ongeveer 8.000 hectare, maar dat cijfer liep daarna snel op. Uiteindelijk werd naar schatting tussen de 33.000 en 38.000 hectare getroffen. De brand is inmiddels gestabiliseerd en honderden geëvacueerde inwoners hebben toestemming gekregen om terug naar huis te gaan. De Spaanse militaire nooddienst is begonnen met het terugtrekken van materieel. Dat betekent niet dat het werk voorbij is: het gebied wordt nog bewaakt vanwege mogelijke nieuwe brandhaarden.
Ook de natuurbrand bij Las Peñas de Riglos in de provincie Huesca heeft een enorme omvang gekregen. Inmiddels is ongeveer 17.500 hectare verbrand. Meer dan duizend mensen uit verschillende dorpen en campings moesten hun verblijfplaats verlaten. Door regen en lagere temperaturen is de situatie sterk verbeterd en op 18 augustus konden veel geëvacueerde inwoners weer terugkeren.
Het vuur kwam gevaarlijk dicht bij de kloosters van San Juan de la Peña. Historische voorwerpen en de resten van vroegere koningen van Aragón werden uit voorzorg weggehaald. De kloostergebouwen zelf zijn gespaard gebleven.
Voor Spanje geldt daarom vooral dat de twee grootste branden momenteel grotendeels gestabiliseerd zijn. In de getroffen gebieden blijft nog wel veel brandweer aanwezig voor controle en nabluswerk.
Griekenland
In Griekenland is de aandacht inmiddels vooral gericht op Salamina, een eiland vlak ten westen van Athene. Daar braken op zondag 16 augustus meerdere branden uit. Door de harde wind konden de vlammen zich snel richting bebouwde gebieden verplaatsen.
Meer dan 500 mensen werden geëvacueerd. Bij de brand kwamen twee mensen om het leven en werden woningen beschadigd. Honderden brandweerlieden werden ingezet, samen met blusvliegtuigen en helikopters. Ook de kustwacht stond klaar om mensen via zee te evacueren. Inmiddels zijn delen van het vuur onder controle en zijn de weersomstandigheden verbeterd, maar de situatie wordt nog steeds in de gaten gehouden.
Eerdere grote branden in onder meer Attica, Boeotië en Chalkidiki zijn grotendeels bedwongen. Dat wil niet zeggen dat het brandgevaar in Griekenland voorbij is. Er ontstaan vrijwel dagelijks nieuwe natuurbranden. Alleen al op 16 augustus werden 36 nieuwe branden gemeld. De meeste daarvan konden snel worden aangepakt.
Kroatië
Ook langs de Kroatische kust hebben de afgelopen dagen verschillende grote branden gewoed. Een van de getroffen gebieden ligt op het schiereiland Pelješac. De brandweer is daar op 18 augustus nog steeds bezig met het controleren en nablussen van het verbrande gebied.
Hetzelfde geldt voor de omgeving van Omiš, ten zuiden van Split. Daar brak een grote natuurbrand uit die dicht bij bebouwing kwam en tot evacuaties leidde. De actieve bestrijding van het vuur is grotendeels achter de rug, maar brandweerlieden zijn nog aanwezig om het terrein te controleren en nieuwe brandhaarden te voorkomen.
Vakantiegangers die naar de Kroatische kust reizen hoeven daarmee niet heel Zuid-Dalmatië te mijden. De problemen zijn lokaal, maar in en rond getroffen natuurgebieden kunnen wegen en wandelroutes afgesloten blijven.
België
Opvallend is de situatie veel dichter bij Nederland. In de Hoge Venen woedt de grootste natuurbrand die in België in de moderne meetreeks is geregistreerd. De brand brak op vrijdag 14 augustus uit en heeft ongeveer 3.000 hectare natuurgebied getroffen.
Regen en lagere temperaturen hebben geholpen bij de bestrijding, maar de brand was op 17 augustus nog niet volledig onder controle. Honderden brandweerlieden, militairen en andere hulpverleners zijn ingezet. België kreeg daarnaast hulp uit onder meer Duitsland, Luxemburg en Nederland en via het Europese mechanisme voor civiele bescherming.
Het grootste probleem zit in de bodem. De Hoge Venen bestaan voor een deel uit dikke veenlagen. Het vuur kan daarin ondergronds blijven smeulen zonder dat er bovengronds vlammen zichtbaar zijn. Volgens de autoriteiten kunnen dergelijke brandhaarden nog weken of zelfs maanden actief blijven. Daardoor blijft controle noodzakelijk, ook nadat het zichtbare vuur verdwenen is.
Frankrijk
Frankrijk heeft een bijzonder zware brandzomer achter de rug. Vooral Gironde, de Landes en de Var werden zwaar getroffen. Alleen al in de Gironde ging bij de grote branden ongeveer 42.000 hectare verloren.
De grootste branden zijn inmiddels onder controle. Dat betekent dat Frankrijk op dit moment een ander beeld laat zien dan België of delen van Spanje: er woedt niet meer overal een grote onbeheersbare vuurzee, maar de gevolgen zijn enorm en op verschillende locaties wordt nog gecontroleerd en nageblust.
Daarnaast blijft het risico op nieuwe natuurbranden aanwezig zolang bossen en struikgewas droog blijven. Wie in Zuid- of Zuidwest-Frankrijk gaat wandelen, doet er daarom goed aan lokale toegangsbeperkingen voor bosgebieden te controleren. Die kunnen vanwege het brandgevaar ook gelden als er op dat moment geen grote brand in de buurt woedt.
Italië
Ook Italië heeft deze zomer meerdere grote natuurbranden gehad. Vooral Sicilië, Puglia en het gebied rond het Gardameer kregen ermee te maken.
Op Sicilië ontstonden in juli en begin augustus tientallen branden. Vooral rond Palermo waren grote brandhaarden. De Siciliaanse regionale regering riep vanwege de omvang van de schade zelfs de noodtoestand uit voor gemeenten die tussen half juli en begin augustus door natuurbranden waren getroffen.
Ook het Gargano-schiereiland in Puglia werd eerder deze zomer zwaar getroffen. Daar moesten grote aantallen toeristen worden geëvacueerd. Deze branden behoren inmiddels vooral tot de eerder getroffen gebieden en zijn niet te vergelijken met een momenteel onbeheersbare grote natuurbrand.
Voor Nederlandse vakantiegangers is vooral de brand bij Tignale aan het Gardameer relevant. Begin augustus moesten daar ongeveer 200 inwoners en vakantiegangers worden geëvacueerd nadat vuur uitbrak in de bergen boven de westelijke oever van het meer. De grote brand is inmiddels bedwongen. Dat betekent niet dat er aan het Gardameer als geheel sprake is van gevaar: het betrof een lokaal incident in het bergachtige gebied rond Tignale.
De situatie kan snel veranderen
Wie naar een van deze gebieden reist, hoeft een vakantie niet automatisch te annuleren omdat er ergens in dezelfde regio een natuurbrand woedt. De afstanden kunnen groot zijn en veel branden treffen natuurgebieden waar vakantieplaatsen tientallen kilometers vandaan liggen.
Andersom kan de situatie lokaal wel snel veranderen. Harde wind kan een brand binnen enkele uren uitbreiden en wegen kunnen zonder veel aankondiging worden afgesloten. Controleer daarom bij een actieve natuurbrand altijd de berichten van de lokale autoriteiten en volg evacuatiebevelen direct op. Vooral in Spanje, Griekenland, Italië, Kroatië en Zuid-Frankrijk blijft het natuurbrandseizoen voorlopig nog niet voorbij.
