Backpacken door Zuidoost-Azië: de eerlijke gids zonder Instagramfilter

Backpacken door Zuidoost-Azië klinkt op sociale media vaak als een aaneenschakeling van tropische stranden, goedkope cocktails en zonsondergangen waarbij iedereen toevallig precies op het juiste moment op een houten schommel zit. De werkelijkheid is iets minder gladgestreken. Je zit uren in busjes die voor Europese begrippen allang afgekeurd zouden zijn, probeert met een rugzak van vijftien kilo een veerboot te halen en ontdekt dat een rit van tweehonderd kilometer zomaar een halve dag kan duren. En juist daardoor blijft deze regio zo aantrekkelijk voor backpackers.

Thailand, Vietnam, Cambodja, Laos, Maleisië, Indonesië en de Filipijnen zijn bovendien geen variaties op hetzelfde vakantieland. De verschillen zijn enorm. Reizen gaat soms verrassend eenvoudig en soms totaal niet volgens plan. Het ene moment slaap je voor weinig geld in een prima hostel en het volgende moment vraag je jezelf af waarom je vrijwillig twaalf uur in een nachtbus bent gaan zitten. Dit is Zuidoost-Azië zoals backpackers het daadwerkelijk meemaken.

Thailand: twee weken worden gemakkelijk twee maanden

Voor veel backpackers begint de reis in Thailand. Bangkok is vanuit Europa relatief gemakkelijk bereikbaar en vanuit de hoofdstad kun je bijna alle kanten op. Naar Chiang Mai en Pai in het noorden, richting de eilanden in de Golf van Thailand of naar Phuket, Krabi en andere bestemmingen aan de Andamanse Zee. Het toeristische netwerk is zo goed ontwikkeld dat reizen er vaak eenvoudiger is dan beginners vooraf verwachten.

Het gevaar zit vooral in het gemak waarmee je blijft hangen. Je denkt drie nachten op een eiland te blijven en een week later zit je nog steeds bij hetzelfde restaurant te ontbijten. Thailand heeft genoeg variatie om maanden rond te reizen zonder het gevoel te krijgen steeds hetzelfde te zien. Tegelijkertijd is het land op populaire plekken allang geen extreem goedkope backpackbestemming meer. Vooral accommodaties, excursies en alcohol kunnen het budget sneller laten oplopen dan verwacht.

Vietnam: oversteken is een vak apart

Vietnam leert je snel dat verkeersregels nogal verschillend geïnterpreteerd kunnen worden. Vooral in Hanoi en Ho Chi Minhstad kan het oversteken van een brede straat tijdens je eerste dagen voelen alsof je deelneemt aan een spel waarvan niemand de regels heeft uitgelegd. Wachten tot er geen verkeer meer aankomt, heeft weinig zin. Dat moment komt waarschijnlijk niet.

Daar staat tegenover dat Vietnam bijzonder geschikt is voor een langere backpackreis. De langgerekte vorm van het land zorgt voor een logische route tussen noord en zuid. Treinen, bussen en binnenlandse vluchten verbinden bestemmingen als Hanoi, Ninh Binh, Hué, Hoi An en Ho Chi Minhstad. Wie voldoende tijd heeft, ontdekt bovendien dat Vietnam veel meer is dan de bekende backpackroute langs deze plaatsen.

De Filipijnen: het paradijs ligt zelden naast het vliegveld

Bij de Filipijnen hoort een belangrijke backpackles: een korte afstand op de kaart betekent niet automatisch een korte reis. Het land bestaat uit duizenden eilanden. Voor dat strand dat je op Instagram hebt gezien moet je soms eerst vliegen, daarna een bus nemen, vervolgens overstappen op een boot en uiteindelijk nog een rit maken in een minibus of tricycle.

Dat kost tijd, maar het is tegelijkertijd onderdeel van de reis. Palawan, Siargao, Cebu, Bohol en de vele minder bezochte eilanden hebben ieder hun eigen karakter. Wie de Filipijnen bezoekt, doet er daarom goed aan niet te veel bestemmingen in een korte reis te stoppen. Vier eilanden in tien dagen klinkt ambitieus en betekent in de praktijk vooral veel terminals, wachtruimtes en bagage sjouwen.

Laos: haast hebben heeft weinig zin

Laos heeft een heel ander tempo. Buiten plaatsen als Vientiane, Luang Prabang en Vang Vieng wordt het reizen al snel rustiger. De hogesnelheidstrein tussen enkele belangrijke bestemmingen heeft reizen binnen Laos veranderd, maar elders blijven bussen, minivans en boten belangrijk. Reistijden zijn daarbij niet altijd zo voorspelbaar als je misschien gewend bent.

Juist daardoor blijven backpackers regelmatig langer dan gepland. Niet omdat er iedere dag tientallen bezienswaardigheden moeten worden afgevinkt, maar omdat er weinig reden is om haast te maken. Een paar nachten worden er gemakkelijk vijf. De vraag welke dag het precies is, wordt op zo’n reis op een gegeven moment verrassend onbelangrijk.

Cambodja is veel meer dan Angkor Wat

Angkor Wat is voor veel reizigers de belangrijkste reden om Cambodja in de route op te nemen. Dat is begrijpelijk, maar alleen naar Siem Reap reizen doet het land tekort. Phnom Penh confronteert bezoekers met de recente geschiedenis van Cambodja, terwijl plaatsen aan de kust en langs de Mekong een heel ander beeld laten zien.

Vooral de geschiedenis maakt een rondreis soms zwaarder dan vooraf verwacht. De Killing Fields en het Tuol Sleng Genocide Museum zijn geen plekken waar je vrolijk weer naar buiten loopt. Ze geven wel context aan een land waarvan veel backpackers voor vertrek verrassend weinig weten. Cambodja is daardoor vaak een bestemming die meer indruk achterlaat dan alleen de foto’s van tempels doen vermoeden.

Indonesië is niet hetzelfde als Bali

Bij backpacken in Indonesië bestaat een opvallend verschijnsel: reizigers vertellen dat ze door Indonesië trekken, terwijl hun route in werkelijkheid uit Bali, de Gili-eilanden en misschien één andere bestemming bestaat. Dat is ongeveer alsof iemand zegt Nederland te hebben gezien na een week Amsterdam en een middagje Zandvoort.

Indonesië telt duizenden eilanden. Java, Sumatra, Lombok, Flores en Sulawesi bieden compleet andere reiservaringen dan Bali. De afstanden zijn groot en vervoer kost tijd, waardoor het verstandig is keuzes te maken. Wie drie weken heeft, kan meestal beter één of twee regio’s goed bekijken dan proberen een enorm land in recordtempo door te reizen.

Maleisië wordt vaak onderschat

Maleisië fungeert bij backpackers regelmatig als doorgangsland tussen Thailand, Singapore en Indonesië. Dat is jammer. Kuala Lumpur is een handige uitvalsbasis, maar daarbuiten liggen bijvoorbeeld Penang, de Cameron Highlands, Taman Negara en diverse eilanden. Op Borneo vind je bovendien een totaal ander Maleisië dan op het schiereiland.

Reizen is er relatief comfortabel. Wegen zijn over het algemeen goed, langeafstandsbussen zijn betaalbaar en veel bestemmingen zijn eenvoudig met elkaar te combineren. Wie eigenlijk alleen een paar dagen wilde blijven, merkt daarom soms dat Maleisië onverwacht een groter deel van de reis opslokt.

En dan zijn er nog de scooters

Op vrijwel iedere backpackroute komt vroeg of laat de vraag voorbij of je een scooter gaat huren. De eerste dag rijdt iemand voorzichtig twintig kilometer per uur. Een week later hangt dezelfde reiziger met een rugzak, een boodschappentas en mogelijk een kokosnoot aan het stuur alsof hij nooit anders heeft gedaan. Dat groeiende zelfvertrouwen is niet altijd terecht.

Verkeersongevallen behoren tot de serieuze risico’s tijdens een reis door Zuidoost-Azië. Een helm dragen, geen scooter huren zonder rijervaring en vooraf controleren of je rijbewijs en verzekering voldoende dekking bieden, is belangrijker dan de paar euro die een huurdag kost. Dat bijna iedereen het doet, betekent niet dat het automatisch verstandig of verzekerd is.

De nachtbus: goedkoop slapen, matig slapen

De nachtbus is ondertussen bijna een verplicht onderdeel van de backpackervaring. Het idee klinkt uitstekend: je legt honderden kilometers af terwijl je slaapt en bespaart tegelijkertijd een overnachting. In theorie win je tijd én geld. In de praktijk word je meerdere keren wakker door bochten, remacties, muziek, grenscontroles of omdat je benen simpelweg nergens heen kunnen.

Toch blijven nachtbussen populair. Ze zijn goedkoop en verbinden plekken waarvoor vliegen onpraktisch is. Na een paar maanden reizen accepteer je bovendien dat comfort relatief is. Een bed in een slaapzaal met acht onbekenden voelt opeens als luxe nadat je twaalf uur halfgevouwen in een bus hebt gelegen.

Daarom blijven backpackers terugkomen

Het aantrekkelijke van backpacken door Zuidoost-Azië zit uiteindelijk niet alleen in de lage prijzen of tropische bestemmingen. Het zit in het voortdurende schakelen. Je weet regelmatig niet precies hoe je ergens komt, hoe lang de reis duurt of waar je drie dagen later slaapt. Soms gaat alles soepel en soms blijkt die aangekondigde rechtstreekse bus toch drie overstappen te hebben.

Dat maakt de reis minder voorspelbaar dan een vooraf volledig georganiseerde vakantie. Je leert plannen loslaten, onverwachte oplossingen accepteren en merken dat een mislukte reisdag achteraf vaak het verhaal wordt dat je het langst onthoudt. De eerlijke backpackersgids voor Zuidoost-Azië is daarom eigenlijk eenvoudig: verwacht niet dat alles verloopt zoals gepland. Waarschijnlijk wordt de reis daar juist beter van.

Plaats een reactie