”Aanhoudend extreem koud met zowel overdag als ’s nachts zeer strenge vorst en temperaturen tussen -25 en -35 graden”. Het weerbericht voor Moskou deze week. De Russische hoofdstad heeft de ergste koudegolf sinds 1987. Mocht je een citytrip naar deze mooie stad willen maken zou ik maar eventjes wachten of heel erg warme kleren meenemen.


Russische kou wint terrein maar bereikt Nederland niet
Het ziet er niet naar uit dat de Russische kou Nederland bereikt, al wordt het in ons land volgende week wel weer kouder met vorst in de nacht en ochtend. De kou uit Rusland maakt echter wel vorderingen en heeft ook Scandinavië veroverd. In het noorden van Finland noteerde Salla op 19 januari -36,5 graden, in Helsinki daalde de temperatuur tot -21,7 graden. Volgens de verwachtingen stagneert het Siberische koufront eind deze week bij Jutland en het oosten van Duitsland en stroomt de koudste lucht volgende week richting Balkan en het gebied van de oostelijke Middellandse Zee. Hier gaat het dan flink sneeuwen.
Bijzonder is de lange duur van de extreme kou: volgens het Europees Centrum houdt de koudegolf de komende tien dagen aan blijven de temperaturen deze week schommelen tussen -25 en -30 graden, ook midden op de dag. Volgende week wordt in het Moskou geleidelijk minder koud maar de vorst blijft streng.
Eens de vijftien jaar zo koud
Uit gegevens van de Climate Explorer van het KNMI blijkt dat Moskou om de twee jaar een winternacht kent met een minimum temperatuur onder de -30 graden. Een 10 daags gemiddelde van de minimumtemperatuur onder de -30 graden is sinds 1950 maar twee keer voorgekomen, in 1950 en in 1956. In 1987 had Moskou voor het laatst een 10-daagse gemiddelde van de minimumtemperatuur van -28 graden; op 12 januari 1987 werd -32,4 graden gemeten. De huidige koudegolf is daar het best mee te vergelijken en de koudste sinds 1987. Een dergelijke koudegolf komt gemiddeld eens in de 15 jaar voor.
Kouderecords van Moskou
De minimumrecords van Moskou sinds rond het midden van de vorige eeuw zijn -38,0 graden op 31 december 1978 en 38,1 graden op 31 januari 1956. De laagste temperatuur van de hele meetreeks in Moskou bedraagt volgens het Wereld Klimaat Systeem van het KNMI -42 graden.
Opmerkelijk dit jaar is de sterkte van de temperatuurdaling. Voor op 16 januari de temperatuurdaling inzette was het s’ochtends nog -2 graden. In de avonduren wees de thermometer in Moskou al -25 graden, op 18 januari minimum -30,4, maximum -26,9, en op 19 januari minimum -30,8 graden. In het Europese deel van Rusland was het op veel plaatsen kouder dan -40 graden. Het weerstation Sura meldde op 17 en 18 januari achtereenvolgens -43,8 en -43,9 graden. In Kojnas kwam de temperatuur op 17 januari niet hoger dan -40,9 graden!
Russische kou
In Moskou vriest het in januari ’s nachts normaal zo’n 15 graden en de maximumtemperatuur ligt gemiddeld rond -6 graden. Het grootste deel van Rusland kent een harde winter met soms extreme kou. In Pecora in het noorden van Rusland werd op 9 februari 1946 -56,0 graden gemeten. Op zowel 30 als op 31 december 1956 noteerde Kojnas -51,5 graden.
Temperaturen van -40 graden komen, zeker in het continentale gebied bij de poolcirkel waar de zon in de winter in de poolnacht zo’n 50 dagen achtereen niet boven de horizon komt, vaker voor. Het uiterst noordelijk dichtbij zee gelegen Narjan Mar in Rusland, heeft in februari een gemiddelde temperatuur van -18 graden; overdag vriest het er gewoonlijk zo’n 14 graden en ‘s nachts is -22 graden normaal.
Kouderecords Scandinavië
Het kouderecord in Noorwegen is -51,4 graden in januari 1886 in Karasjok, het record van Finland is -51,5 graden in Kittila Pokka gemeten tijdens de koudegolf van eind januari 1999. Voor Zweden bedraagt het recordminimum -53,5 graden in december 1941 in Laxbäcken.
Zacht Spitsbergen
Opmerkelijk genoeg is het aan de westelijke kant van het poolgebied alles met temperaturen van +5 graden alles behalve koud. Zo zijn op 16 januari op Spitsbergen temperaturen gemeten van +7,7 graden, in januari de hoogste temperaturen in elk geval sinds de jaren zeventig. Het vorige record was 6,7 graden op het meetpunt Longyearbyen in januari 1996. Het ijs dat hier gewoonlijk in zee ligt ontbreekt grotendeels. Lagedrukgebieden bij Noorwegen zorgden de laatste tijd steeds voor aanvoer van zachte lucht en ook het warme water van de Golfstroom kon ongestoord noordwaarts stromen. Op Spitsbergen leidt ook het föhneffect tot hoge temperaturen.
Bron: KNMI