Vrij recent heb ik een reisje langs de Turkse zuidkust gemaakt. Het is een bestemming waar ik niet zo snel aan zou denken als ik een vakantie zou boeken. Voor het werk ontkom ik echter niet aan een bestemming waar jaarlijks een paar honderdduizend Nederlandse en Belgische toeristen naartoe vliegen. Ik heb een paar dingen opgestoken van deze trip. Ten eerste heeft de Turkse kust meer te bieden dan all-inclusive toerisme. Ten tweede heeft het all-inclusivetoerisme meerdere kanten. Maar de grootste openbaring is dat Turkije een waar shoppingparadijs is voor paupers.

Daar waar de welgestelden zichzelf graag fêteren met een shoppingtripje naar Milaan, New York of Dubai, daar zorgen paupers ervoor dat ze met koffers vol aankopen uit Turkije terugkeren. In beide gevallen geldt dat de logo’s vaak niet groot genoeg kunnen zijn. TOMMY HILFIGER, LOUIS VUITTON of ARMANI moet duidelijk aanwezig zijn op de aangeschafte artikelen. Bij de rijkere mensen is dit om aan anderen te laten zien dat ze geld hebben. Bij de paupers is het vooral het verhaal van het dubbeltje dat nooit een kwartje zal worden, maar dat wel zou willen zijn. Ik zou geen enkele andere reden weten te verzinnen waarom je eruit wilt zien als de rijken, maar het geld voor het echte werk niet betaalt.

Het schijnt zelfs dat er mensen zijn die hun vakantie in Turkije grotendeels financieren door namaakartikelen te kopen. Hoe dat werkt? Je boekt een lastminutevakantie naar Turkije voor een paar honderd euro, koopt daar voor minstens een zelfde bedrag aan nepartikelen en verkoopt deze vervolgens aan medepaupers in Nederland tegen het dubbele bedrag. Op die manier is jouw vakantie naar Turkije betaald en houd je zelfs nog geld over om zeven Bjorn Borg boxers te kopen voor 10 euro. Dat de kwaliteit vergelijkbaar is met een gemiddelde Zeeman-boxer maakt je niet uit, want er staat immers Bjorn Borg op de rand. Zodat je weer indruk kunt maken op je matties.